TALIESIN

 
 

De personages die worden voorgesteld, zijn verschillende gedaanten van Taliesin. Taliesin staat hier voor een personificatie van het ervaren landschap tussen Maas en Waal.

 

de afwezige zwemmer de gestrande koning het vissersvrouwtje de herbergier de scheidende rechter de alchemist de wollige soldaat
 

Taliesin is de grote Britse dichter die leeft in de 6e eeuw na Christus: de tijd van koning Arthur. Taliesin is de zoon van de Keltische godin Ceridwin. Zij is beroemd vanwege haar toverkracht en voorspellende gaven. Ceridwin heeft al een dochter en een zoon. Deze eerste zoon is zo lelijk, dat zij besluit een drank voor hem te brouwen die hem goddelijke liefde, kennis en inspiratie zal schenken. Deze drank moet een jaar pruttelen en Gwion, een jongen uit de buurt, helpt haar het daarvoor benodigde vuur brandend te houden. Maar Gwion let niet goed op en verspilt per ongeluk drie druppels, die zo heet zijn dat hij ze van zijn vingers likt. Dit geeft hem magische wijsheid en de gave van gedaanteverwisseling. Gwion vlucht weg uit vrees voor de toorn van Ceridwin. Achtereenvolgens verandert Gwion in een haas, maar Ceridwin in een hazewindhond: als vis duikt hij in het water, maar Ceridwin wordt een otter; Gwion wordt een vogel en vliegt weg, maar Ceridwin wordt een havik. Uiteindelijk verandert Gwion zichzelf in een graankorrel, maar Ceridwin verandert in een kip en eet hem op. De graankorrel groeit in haar buik en na negen maanden wordt een stralend kind geboren. Ondanks de voorgeschiedenis, houdt Ceridwin toch van hem en laat hem in leven. Zij pakt hem in een leren zak die ze in de zee gooit. Als de zak enkele maanden later in de zalmnetten van de prins Elphin verstrikt raakt, haalt Elphin de zak op het droge. Bij het zien van het kind, roept Elphin uit: "what a Tal iesin", wat zoveel betekent als "wat een stralend voorhoofd!". De baby Taliesin blijkt begiftigd met spraak en allesomvattende kennis.

Het hoofdthema van de poŰzie die aan Taliesin wordt toegeschreven, is inspiratie. En dan niet zozeer over de abstracte kwaliteit of betekenis die we daar vandaag de dag aan toekennen, maar veeleer over de inspiratie zelf, de personificatie of geest daarvan. De ketel van Ceridwin is gevuld met inspiratie en uit deze inspiratie is Taliesin geboren. Taliesin is in feite de personificatie van alle verschijningsvormen in alle tijden. Zijn veelal in ikvorm geschreven poŰzie weerspiegelt dit idee. In veel hiervan lees je hoe Taliesin in verschillende tijden en plekken diverse gedaanten aanneemt. Deze kant van zijn poŰzie getuigt van een grote kennis en begrip van  het dru´dische concept van de ziel, de zogeheten metempsychosis of zielsverhuizing: het proces waarbij een ziel van het ene naar het andere lichaam overgaat. Dit idee past in het bredere dru´dische of sjamanistische concept van het heden, dat tijd- en richtingloos is. Dit heden is zoiets als het eeuwige nu, dat zich gelijktijdig uitstrekt tot het verleden, heden en toekomst. Het is de rol van een dru´de of sjamaan om contact te leggen tussen onze voorouders en onze huidige gemeenschap en toekomst. Voorouders kennen veel meer dan alleen menselijke gedaanten. Ook bomen, stenen, huizen, dieren kunnen dat zijn.